Instrumentenmuseum
Pianobouw, zo zegt Chris Maene zelf, komt neer op de feilloze koppeling van drie luiken : Het ontwerp, de keuze van het materiaal en de kennis van de bouwmethode. Alle ingrediënten moeten in hun juiste verhouding, en op de correcte manier worden samengebracht. Een groot deel van de vakkennis is afkomstig uit de overlevering. De pianobouw heeft immers een opmerkelijke evolutie. Alle afzonderlijke stappen in die evolutie getuigen van hun eigen vakmanschap, hun eigen idee van goede smaak, en hun eigen technische mogelijkheden. Wil men een meesterlijk pianomaker zijn, dan moet men die evolutie van vakmanschap onder de knie hebben, en moet men de cultuur van het vak kennen.
Vanuit die wetenschap en passie begon Chris Maene antieke klavierinstrumenten te verzamelen. Zijn collectie telt vandaag ruim 170 instrumenten, zeldzame stukken waarvan sommige gerestaureerd werden en gebruikt voor concerten en cd-opnames. De collectie bevat onder meer een Hans Ruckers klavecimbel uit 1692 en fortepiano’s van Graf, Tomkinson, Wachtl, Pape, Longman, Clementi, Stöcker, Worning, Bösendorfer, Erard, Steinway & Sons, Pleyel, enz. Alle instrumenten zijn ondergebracht in een al even historisch gebouw : een oude, gerestaureerde brouwerij, gelegen op slechts enkele kilometers van het Atelier Chris Maene. Deze locatie, tevens woonst van Chris Maene, was oorspronkelijk atelier en pianowinkel. Het privé-museum is slechts op afspraak en bij speciale gelegenheden toegankelijk voor het publiek.
Tijdens de Koningin Elisabethwedstrijd voor piano 2010 waren de cameraploegen van VRT meerdere malen te gast in het Museum van Chris Maene om enkele van zijn pronkstukken op film vast te leggen.